logo

Liegen: een jokkebrok

woensdag 30 maart 2011 08:24

Het gebeurt niet zo vaak, maar toch komt het nog wel eens voor dat een ouder een kind bij mij in de praktijk aanmeldt met de vraag “wat te doen, mijn kind liegt”.Nou op die vraag is het antwoord niet een twee, drie te geven, en voor ik kan antwoorden is het zaak de vraag te analyseren.

Hoe oud is het kind dat zou liegen, en wat is liegen überhaupt? Het is te simpel om te zeggen: de waarheid niet spreken. Want dan komt de volgende vraag, wat is de waarheid. Voor we het weten zitten we midden in een filosofische discussie. Dat kan heel interessant zijn, maar we waren op iets anders uit.

Globaal kan je zeggen dat een kind tot zijn 6e jaar in een zogenaamde magische wereld leeft. Magisch is eigenlijk: zoals de wereld is als je nog in Sinterklaas gelooft. Je kan niet volhouden dat je wereld logisch in elkaar steekt als je denkt dat het mogelijk is dat een oude man in een onhandige jurk, met een topzware muts en een hinderlijke staf in zijn hand zich op een paard op een schuin dak begeeft om kadootjes door een te smalle pijp naar beneden te laten glijden zodat ze terecht komen voor een brandende kachel die inmiddels uit bijna alle huizen verdwenen is. Vooral om die laatste reden vertellen tegenwoordige ouders hun kinderen dat Sinterklaas door de achterdeur komt. Het blijft een bizar verhaal. Het werkt ook alleen maar omdat een kind het verhaal logisch vindt. Het geeft aan hoe hij  de wereld om hem heen ervaart en interpreteert. Als je nog niet zo’n benul hebt van wat echt onmogelijk is, kun je feitelijk niet liegen. Dan kun je denken dat je het niet hebt gedaan en geloven dat dat nog klopt ook. Dat wordt anders als je niet meer in Sinterklaas gelooft. Dan zeg je opvallend vaak: “dat kán helemaal niet”.  

Dan is het verhaal van Sinterklaas ook te gek voor woorden geworden. Je schaamt je dat je ooit zo dom ben geweest dat te geloven. Op zo’n moment is het wereldbeeld van het kind niet magisch meer. De logica wordt geboren. Je moet als kind dan wel selectiever worden in wat je wel of niet voor mogelijk houdt. Dat heeft consequenties voor waar je op afgerekend kan worden.

Maar ik waarschuw u als ouder voor de kramp. Onderzoeken bij volwassenen laten steeds zien hoe selectief en suggestief geheugens werken. We menen vaak met de beste bedoelingen ons iets te herinneren wat aantoonbaar niet juist is.

Dat betekent niet dat we aan het onderwerp liegen voorbij kunnen gaan. Maar ga er voorzichtig mee om. Ga niet als u uw kind van liegen verdenkt als een onderzoeksrechter naar de feiten op zoek, preek niet als een dominee verdoemenis en hel. Vertrouw uw kind maar wees niet naïef. Opletten en vragen stellen zijn van groot belang, en weerhoudt uw kind van stiekem gedrag. Ik heb zelf trouwens vroeger uren voor de spiegel gestaan omdat mij verteld was dat als je loog er op je voorhoofd zou verschijnen: “ik lieg”. Ik zag tenslotte in dat dat niet klopte want het verscheen nooit, maar ik wist wel dat degene die dat tegen mij had verteld zelf wel gelogen moest hebben.       

Elly Samsom