logo

Wat kan je doen als een kind gepest wordt?

woensdag 20 november 2013 08:09

Lotte zat in groep zeven en ze lag er uit. Niemand wilde meer met haar spelen, niet op school. niet thuis.  Moeder had al veel gesprekken met de juf gevoerd. Die was welwillend om Lotte te helpen in contacten met andere kinderen, maar het hielp niet. Moeder deed zelf wat ze kon: kinderen uitnodigen thuis, meegaan met schooluitjes, meehelpen met schoolfeestjes. Er veranderde eigenlijk niks.

Toen Lotte bij mij kwam liet ik haar uitgebreid vertellen wat er voorviel tussen haar en de andere kinderen. Uit haar verhalen kreeg ik eigenlijk niet de indruk dat ze erg buitengesloten werd door andere kinderen. Ze mocht wel meespelen maar in een spel dat door anderen was bedacht. Daar ging het eigenlijk mis. Lotte had meestal een eigen plan en probeerde dat door te drukken, zonder enige kans op succes. Als ze dat door kreeg liep ze boos weg. Het probleem was dus eigenlijk dat ze er niet in slaagde kinderen te laten doen wat zij wilde. Die status had ze domweg niet in de groep. Het leek er op alsof ze dat niet helemaal door had en ook niet in staat was om eerste subtiele tekenen van afwijzing op te vangen en daar op te reageren. Zo zette ze zichzelf steeds een beetje buiten de groep. Op zichzelf was dat niet zo erg maar ze werd een soort aangeschoten wild. Andere kinderen kregen door dat ze niet zo’n sterke positie in de groep had en begonnen haar aan te vallen. Ze duwden haar eens tegen het hek, zeiden bij voorbaat dat ze niet mee mocht spelen, maakten opmerkingen over haar slechte prestaties bij gym. In de klas ging het goed. Lotte was een goede, ijverige leerling die ook goed met andere kinderen kon samenwerken.

Inmiddels voelde ze zich zo in het nauw gedreven dat ze steeds vaker aangaf dat ze niet meer naar school wilde.

We maakten een soort plan van aanpak van kleine stapjes die Lotte zou kunnen zetten. We maakten een inventarisatie van de kinderen in haar klas van ‘aardig tot erg vervelend’.  We spraken af (ouders zaten ook in dit plan) dat we met een van de aardige kinderen een speelafspraak zouden proberen te maken. Dat lukte eigenlijk vrij makkelijk en zwakte de idee af dat niemand meer met haar wilde spelen. We turfden hoe vaak er iemand kwam spelen en hoe vaak ze bij iemand mocht spelen als ze daarover had gebeld. Dat was altijd meer dan zijzelf dacht. Tenslotte werkte ik er met Lotte ook aan hoe ze kon reageren als ze mee mocht spelen met de andere kinderen op het schoolplein.  Hoe ze mee ging spelen en niet zou proberen om het spel naar haar idee te veranderen. Dat ging steeds beter, en de pauzes op school werden steeds leuker voor haar.

“Marietje, Marietje”, joelt een groep kinderen in de klas als Jorg binnenloopt. Verdwaasd kijkt hij hen aan. “Jij bent op Marietje”,  joelen ze verder. “Ik ben helemaal niet op Marietje”, verdedigt Jorg zich zwakjes. Te pas en te onpas krijgt hij plagerig  “je bent op Marietje” toegeroepen. Gek wordt hij ervan en het stopt niet.  Waar komt dit vandaan, eerder was er geen vuiltje aan de lucht. Hij weet niet goed wat hij moet doen. Ze doen het altijd als de juf niet in de buurt is. Het tegen haar zeggen heeft toch geen zin, vindt hij. Dan gaat ze het er in de klas over hebben en dan nemen ze hem daarna buiten weer te grazen. “Nee, ik negeer het gewoon”, zegt hij ferm.  “Als je net doet of je het niet hoort stopt het gewoon”.  Ik help het hem hopen. Om dit soort negeren op te kunnen brengen moet je een aardige laag teflon op jezelf weten aan te brengen. Dat heb ik nog weinig kinderen in dit soort situaties zien doen. Toch is het een advies dat veel kinderen die gepest worden krijgen. Ze proberen het een tijdje tot ze soms zo boos worden om het onrecht dat hen wordt aangedaan dat ze hun controle verliezen en de pester(s) fysiek aanvallen. Dat wordt dan meestal net wel door een leerkracht gezien, en krijgen ze straf. Je mag immers niet iemand slaan en schoppen.

Jorg besloot samen met mij dat hij niet meer ging negeren, hij zou het anders oplossen.  Toen hij weer op een spreekkoor “Marietje “ werd onthaald, riep hij rustig  “Katrientje, Katrientje ”  terug. En in de stilte die ontstond, de joelers waren even van hun stuk gebracht door de onverwachte reactie, voegde hij er rustig aan toe “jullie doen toch het spelletje meisjesnamen noemen”.  Hij leek dan wel heel rustig maar wat had hij moeten overwinnen om dit te durven doen. En wat hadden we het vaak geoefend voordat hij het ging doen. Maar het werkte. De joelers keken kennelijk  opeens  anders tegen Jorg aan en Jorg had geleerd dat hij niet machteloos tegenover hen stond.

Kinderen zelf vinden het lastig als je zo met hen aan pesten werkt. Ze vinden het al onrechtvaardig hoe ze worden behandeld en dan moeten ze het nog zelf leren oplossen ook. Ze hebben gelijk. Het zijn de volwassenen die hen horen te beschermen. Ze horen te zitten in een groep die veilig is. Die veiligheid hoort geboden te worden door een leerkracht die als een menner op de bok de dynamiek in de groep in goede banen leidt. Helaas treft niet ieder kind  zo’n leerkracht.

Staan ouders helemaal met lege handen?  Ach ouders,  wat let je om een pestkop van je kind op het pestgedrag aan te spreken. Je kan toch best eens zeggen ‘ik weet dat je mijn Pietje pest, als je daar mee doorgaat, dan eh?…. Als je een beetje een dreigend  gezicht zet behoeven die stippeltjes geen invulling. De pester vult die zelf wel in, hij is meestal ook een bang kind.  Je geeft zo aan dat je voor je kind staat en dat je niet toestaat dat er zo maar met hem/haar gesold wordt. Op de basisschool (één groep, vast leerkracht(en) werkt dit nog wel. De middelbare school met steeds wisselende leraren en soms ook klassen en een fijnmaziger sociaal verkeer (sociale media) vraagt een andere strategie.

wordt vervolgd...

Elly Samsom